Lesmateriaal

---
Les 1:
Canon
---



 

 

 

 

 


Ars Antiqua en Ars Nova
Tijdsperiode: ±1150 - ±1400

De tijd
We bevinden ons aan het eind ‘de steden en staten’. Er kwam een geldeconomie met handel op gang, waarbij de burger in de stad een grote rol speelde. De meeste mensen leefden van de landbouw, maar een grote groep hield zich bezig met handel en nijverheid. Vanaf deze tijd waren de steden de sterkste vestingen, in plaats van de kastelen. En de burgers waren belangrijker dan de edelen en de geestelijken. Ondanks die nieuwe ontwikkelingen had de christelijke kerk een overheersende invloed. Ook de cultuur werd nog sterk beïnvloed door het christendom.

De muziekontwikkeling
Ars Antiqua
1150-1300

De Notre-Dam-school bracht de eerste twee bekende West-Europese componisten voort:

Wij zijn tegenwoordig gewend aan tertsen en sexten. De intervallen kwarten en kwinten komen niet meer veel voor in de hedendaagse muziek. Daarom klinken de intervallen uit de vroege middeleeuwen soms onwennig.  

Wereldlijke muziek

Ars Nova
1300-1400
In deze eeuw kwamen er nieuwe opvattingen:

 
Streven naar eenheid en ritmische verfijning
Door dezelfde melodie vlot na elkaar te laten klinken in verschillende stemmen, ontstond een grote muzikale eenheid
Enorme ritmische verfijning:

De tertsen en sexten werden steeds meer gebruikt, waardoor de Ars Nova - muziek vertrouwder in de oren klinkt.
Gebruik van herhalingen en specifieke melodische  intervallen zorgden ook voor eenheid in de composities.

Wereldlijke muziek
Er werden veel balladen, rondeaus, virelais en lais geschreven in Frankrijk, maar in Italië vooral madrigaal, de caccia en de ballata. Voor meer uiteg over deze genres verwijs ik u door naar het boek: Muzikale muziekgeschiedenis, zie de bronnenlijst.
Het gaat hier vooral om muziek dat in de volkstaal geschreven is. Het canon-zingen kwam ook al aan bod en de tonen werden veel versierd.
In deze periode waren ook rondtrekkende troubadours. Dat waren de popmuzikanten van toen, ze maakten namelijk de populaire muziek in plaats van de kunst muziek.
                                              
Middeleeuwse muziekinstrumenten:
De oudste middeleeuwse instrumenten zijn de harp, luit, vedel en het draagbare portatieforgeltje
Blaasinstrumenten: de zink, de trombone, de schalmei, de blokfluit en dwarsfluit.
De draailier en doedelzak werden veel in volksmuziek gebruikt.
Slaginstrumenten: trommels, bekkens en tamboerijn.


Middeleeuwse instrumenten

Grote namen

Luistervoorbeeld
‘Giovanni da Firenze – Con brachi assai (caccia)’. In dit muziekstuk is duidelijk het canonzingen te herkennen. Op deze manier probeerde men eenheid in de muziek te brengen. Wanneer u dit fragment op YouTube beluistert kunt u wellicht de bladmuziek meelezen. Ziet u wanneer de tweede stem begint met de melodie?

Toen en nu
Johan Pachelbel schreef in de 17e eeuw ook een canon voor vijf instrumenten: drie violen, een cello en een toetsinstrument.
Popmuziek van nu gebruikt ook vaak een vast akkoordenschema, zoals de canon van Johan Pachelbel een vast patroon heeft, heeft veel popmuziek dat ook. Denk maar aan Conquest of Paradise van Vangelis. Ook een mooi voorbeeld is By the waters of Babylon van Don McLean, welke ook te vinden is in de bundel Come follow me.

Er zijn ook veel kinderliedjes die in canon gezongen kunnen worden, denk maar aan Vader Jacob, Singing all together, Zeeman ohee. In onder andere de bundels Eigenwijs en Come follow me staan canonliedjes die met een basisschoolklas gezongen kan worden.